kwick Begin met oefenen
Vakken  /  Certificering

CCNA

Netwerken volgens de 200-301 blueprint: routeren, switchen en IP.

16 kaarten · 6 examenvragen · gratis, zonder account

Wat je hier oefent

Netwerken volgens de 200-301 blueprint: routeren, switchen en IP. Je krijgt 16 flashcards die terugkomen op het moment dat je ze bijna vergeet, en 6 meerkeuzevragen die moeilijker worden zodra je twee keer op rij goed antwoordt.

Wat er in dit vak zit

De kaarten zijn verdeeld over 7 onderdelen:

  • Network Fundamentals (20%) — 3 kaarten
  • Network Access (20%) — 3 kaarten
  • IP Connectivity (25%) — 3 kaarten
  • IP Services (10%) — 2 kaarten
  • Security Fundamentals (15%) — 2 kaarten
  • Automation & Programmability (10%) — 2 kaarten
  • Overzicht — 1 kaart

Drie kaarten uit dit vak

Klik ze open om het antwoord te zien — in de app draai je ze om en geef je zelf aan hoe goed je het wist.

Wat is het verschil tussen een switch en een router op OSI-laagniveau?

Een switch werkt primair op laag 2 (data link, MAC-adressen); een router werkt op laag 3 (netwerk, IP-adressen) en verbindt verschillende netwerken.

Wat is het doel van first-hop redundancy protocollen zoals HSRP?

Ze zorgen voor een back-up gateway zodat apparaten toegang tot het netwerk houden als de primaire gateway-router uitvalt.

Welk domein weegt het zwaarst mee in het CCNA-examen?

IP Connectivity, met 25% — het grootste van de zes domeinen, gevolgd door Network Fundamentals en Network Access met elk 20%.

De oefenvragen, met uitleg

Alle zes examenvragen uit dit vak. Klap er een open en je ziet het juiste antwoord met de uitleg erbij — dezelfde tekst die in de app verschijnt zodra je de vraag fout beantwoordt.

Welk domein weegt het zwaarst mee in het CCNA-examen?

Juist: IP Connectivity

IP Connectivity is het zwaarste domein van 200-301: routering, statisch en dynamisch, met OSPF als grootste brok. Daar gaat in de voorbereiding ook de meeste labtijd in zitten. Cisco past de verdeling per examenversie aan, dus haal de blueprint van de versie die jij aflegt erbij — de percentages zijn een richtlijn voor je planning, geen garantie.

Wat is het verschil tussen een access-poort en een trunk-poort?

Juist: Access hoort bij één VLAN, trunk draagt meerdere VLAN's

Een access-poort hangt in één VLAN en het aangesloten apparaat merkt niets van VLAN's. Een trunk draagt meerdere VLAN's over één kabel en zet daarom een tag (802.1Q) op elk frame, zodat de switch aan de andere kant weet waar het frame bij hoort. Trunks gebruik je tussen switches en naar een router of accesspoint; een gewone pc hoort aan een access-poort.

Wat doet NAT?

Juist: Het vertaalt privé IP-adressen naar een publiek adres

NAT vertaalt de privéadressen binnen je netwerk naar één publiek adres naar buiten toe, en houdt in een tabel bij welk antwoord bij welke interne machine hoort. Daardoor kan een heel kantoor met één IP-adres op internet. Beveiliging is het niet, ook al blijft de binnenkant onzichtbaar: versleutelen doet IPsec of TLS, adressen uitdelen doet DHCP en verkeer tegenhouden doet een firewall.

Wat is het doel van Spanning Tree Protocol (STP)?

Juist: Netwerklussen voorkomen in switched netwerken

In een geswitcht netwerk met dubbele verbindingen kan een broadcast eindeloos blijven rondgaan en het netwerk in seconden platleggen — in een ethernetframe zit geen TTL die dat afkapt. STP legt daarom een lusvrije boom aan en zet de overtollige verbindingen in blocking, klaar om over te nemen als de actieve weg wegvalt. De redundantie blijft dus bestaan, hij wordt alleen niet tegelijk gebruikt.

Wat is het verschil tussen DHCP en DNS?

Juist: DHCP wijst IP-adressen toe, DNS vertaalt domeinnamen naar IP-adressen

DHCP deelt bij het aansluiten een IP-adres uit, plus het subnetmasker, de gateway en meestal ook welke DNS-server je moet gebruiken. DNS doet iets anders en zet een naam als kwick-app.nl om naar het adres waar je heen moet. Vandaar de klassieke storing: 'internet doet het niet' terwijl een IP-adres pingen wél werkt — dan zit het in DNS.

Wat is een REST API in netwerkcontext?

Juist: Een interface om apparaten aan te sturen via HTTP-methoden, vaak met JSON

Een REST API laat je een apparaat aansturen met gewone HTTP-methoden — GET om iets op te vragen, POST of PUT om iets te wijzigen — meestal met JSON als opmaak van de gegevens. Daarmee configureert een script honderd switches in plaats van dat iemand honderd keer inlogt op de CLI. Dat is precies waar het automatiseringsdomein van CCNA over gaat.

Waar de leerstof op gebaseerd is

Cisco officiële CCNA 200-301 blueprint v1.1 (actueel t/m 2026)

Klopt er iets niet? Mail contact@kwick-app.nl met het vak en de vraag erbij. Correcties op de inhoud gaan voor op nieuwe functies.

Hoe het oefenen werkt

Een misser zet de kaart op tien minuten. Een nieuwe kaart komt na een dag terug, en daarna groeit de afstand: een dag, drie dagen, een week, een maand. Zo herhaal je niet elke dag alles, maar precies wat dreigt weg te zakken.

Meer daarover staat op de hoofdpagina. Je voortgang blijft in je eigen browser staan zolang je niet inlogt, en de app werkt ook zonder verbinding.

Beginnen kost twee minuten

Je hoeft niets te installeren en niets in te vullen. Wil je je voortgang meenemen naar je telefoon, dan kun je later inloggen met een link in je mail.

Open CCNA in de app

De andere vakken